De winnaars van Junior Journalist, de grootste schrijfwedstrijd voor jongeren in Vlaanderen en Brussel, zijn bekend! Duizenden jongeren gingen het afgelopen schooljaar aan het pennen rond het thema ‘De wereld na 2030’. Elise Renckens, lokale finalist van Davidsfonds Lommel, won de nationale hoofdprijs voor reeks 4 (opiniestuk, 3e graad secundair onderwijs). Haar winnende opiniestuk ‘Lang leve de dode talen’ vind je hier.

Elise Renckens wint voor het tweede jaar op rij reeks 4 van de nationale finaleronde. Foto genomen door Pieter Mylle.

In 2020 studeerde 17 procent van alle Vlaamse middelbare scholieren in het aso af met een diploma klassieke talen. Dat lijkt behoorlijk, maar tien jaar geleden was dat nog 23 procent en twintig jaar geleden zelfs meer dan 25 procent. Die dalende trend kadert in een algemene afname aan populariteit van talenrichtingen. De laatste decennia verschoof de focus van het onderwijs naar wetenschap en technologie, de zogenaamde STEM-richtingen. “De opleidingen van de toekomst”, klinkt het bij heel wat scholen en beleidsmakers. De wereld van morgen is immers een wereld van ongeremde innovatie en technologische vooruitgang. Een heel eenzijdige visie, als je het mij vraagt, want de toekomst vraagt om zoveel meer dan dat. En in die toekomst zijn klassieke talen onontbeerlijk.

Zelf volg ik de studierichting Latijn-wiskunde. In mijn laatste jaar middelbaar onderwijs ben ik nog steeds heel tevreden met die keuze, maar wat betreft de component Latijn deelt niet iedereen mijn enthousiasme. “Wat doe je eigenlijk in die lessen?” “Wat heb je daar later aan?” “Wil je dan leerkracht worden?” Wie Latijn of Grieks studeert, kan maar beter wennen aan dit soort vragen. Vreemd genoeg moet ik mijn keuze om zes uur wiskunde en twee uur extra wetenschapsvakken per week te volgen nooit verantwoorden. Blijkbaar is het vanzelfsprekend dat ik daar wel veel voordeel uit zal halen in mijn latere leven.

Dat idee is een direct gevolg van het rendementsdenken dat zich in onze maatschappij heeft genesteld. Alles wat we doen en leren heeft als doel bij te dragen aan onze positie op de arbeidsmarkt. Daarbij worden dingen zoals algemene kennis, burgerzin, communicatieve vaardigheden en intellectuele zelfontplooiing volledig verwaarloosd. Alles moet beter, sneller en efficiënter. Er is geen tijd om stil te staan en na te denken, laat staan om om te kijken. Het mag niet verbazen dat deze mentaliteit geen goede voedingsbodem is voor taal- en geschiedenisonderwijs.

Anderzijds hebben de klassieke talen nog steeds te kampen met een elitair imago. Dat bemoeilijkt de instroom van leerlingen met een minder kansrijk profiel, zeker wanneer je vergelijkt met wetenschappelijke studierichtingen. Klassieke talen zijn in de ogen van velen nog altijd een bezigheid voor een select groepje mensen, dat zich boven de rest van de maatschappij waant. Omwille van dat imago denken veel toekomstige studenten dat Latijn of Grieks niet voor hen is weggelegd, terwijl ze er wel de capaciteiten voor hebben. Dat is heel jammer, want inhoudelijk kan ik me juist geen meer diverse en maatschappelijk relevante studierichting inbeelden.

Veel experts lijken te merken dat er iets schort aan de huidige onderwijsmentaliteit. Het begint hen te dagen dat onderwijs veel meer functies heeft dan het afleveren van technisch bekwame werkkrachten. Er wordt dan ook steeds meer ingezet op algemeen vormende vakken zoals burgerschap, mediawijsheid, mens en maatschappij… Toch lijkt het probleem hiermee niet van de baan. Er is nood aan een meer diepgaande, structurele en samenhangende aanpak. Waarom zijn uitgerekend de klassieke talen daarvoor zo geschikt?

Een klassiek argument dat vooral door ouders wordt aangehaald is het ontwikkelen van een goede studiehouding. Hoewel het als een paal boven water staat dat het leren van een klassieke taal veel inzet, organisatorische vaardigheden en zelfdiscipline vergt, is dat slechts een fractie van alle voordelen die eraan verbonden zijn. Persoonlijk heb ik het altijd jammer gevonden dat Latijn en Grieks gereduceerd worden tot een cursus leren leren. Wanneer je het als dusdanig beschouwt, ontneem je jezelf alle plezier erin.

Een veel belangrijkere reden om voor Latijn of Grieks te kiezen is het diepgaand inzicht in taal dat je erdoor verwerft. Geen enkele moderne taal heeft immers de capaciteit ons zo veel te leren over de wortels, wetmatigheden en gedragingen van onze talen. Bovendien leggen de meeste taalvakken zich tegenwoordig vooral toe op praktische vaardigheden, zoals begrijpend lezen en spreken. Steeds vaker ontbreken elementaire componenten zoals zinsontleding, academische woordenschat en stijlanalyse. Op die manier wordt de taalvaardigheid van Vlaamse leerlingen alsmaar oppervlakkiger. Dat is zorgwekkend, want onze globaliserende wereld vraagt meer dan ooit om heldere en verzorgde communicatie.

Een ander knelpunt in het hedendaags onderwijs is de onderwaardering van algemene kennis. En ook daarop bieden de klassieke talen een antwoord. Naast de wekelijkse uurtjes geschiedenis plaatsen ze de actualiteit namelijk in een historische context. Dat is belangrijk, want zonder inzicht in het verleden ontbreekt er een noodzakelijke dimensie in je visie op het heden. Veel gebruiken, instellingen en wetten die we vandaag kennen, hebben hun wortels in de klassieke oudheid. En ook tweeduizend jaar geleden had Europa al te kampen met pandemieën, migratiestromen en politieke onrust. Hoe dacht men toen over elkaar, over vreemdelingen, over machthebbers en over de toekomst? En wat kunnen wij daar vandaag uit leren?

Algemene kennis wordt steeds vaker als bijkomstig bestempeld. Maar dat is het absoluut niet. Het voorziet een denkkader waarin de zondvloed aan informatie die jongeren vandaag moeten verwerken een plaats krijgt. In een tijd van desinformatie en complottheorieën is kritisch denken nog nooit zo belangrijk geweest. En die vaardigheid begint bij degelijk geschiedenisonderwijs.

Ten slotte zorgen klassieke talen voor een morele en sociaal-emotionele vorming. Tijdens het lezen van een klassieke tekst kruip je immers in het hoofd van een medemens en bekijk je de wereld door diens ogen. Antieke verhalen, poëzie en filosofie gunnen ons een unieke en heel persoonlijke inkijk in het menselijk denken. Wat is geluk? Wanneer ben je vrij? Hoe ga je om met verlies? Lessen Latijn en Grieks reiken nooit pasklare antwoorden aan, maar laten juist ruimte om zelf na te denken over dit soort thema’s. Die klemtoon op empathie en reflectie vormt zelfbewuste en maatschappelijk geëngageerde burgers, die over een palet aan zachtere vaardigheden beschikken. Eigenschappen die broodnodig zijn in een verhardende samenleving.

Dit stuk is geen pleidooi tegen de exacte wetenschappen. Wel tegen een doorslaande onderwijsmentaliteit. Zelf ben ik grote voorstander van een brede wetenschappelijke basis in het secundair onderwijs. Elke discipline heeft echter nood aan tegengewicht en dat dreigt in het huidige onderwijsklimaat in het gedrang te komen. De exacte en de humane wetenschappen zijn geen concurrenten. Ze vullen elkaar aan en een gezonde samenleving steunt op beide. De polarisatie van dit debat is dus volkomen zinloos. Iedereen heeft baat bij een algemene waardering van klassieke talen, ook wie er niet rechtstreeks mee in aanraking komt.

Zes jaar lang heb ik het voorrecht gehad een prachtige taal te leren en te bestuderen. Het Latijn heeft me niet alleen veel bijgebracht op taalkundig gebied, maar ook op maatschappelijk en persoonlijk vlak. De schijnbaar eindeloze discussie die woedt over het bestaansrecht van mijn studierichting raakt me dan ook in het bijzonder. Latijn en Grieks hebben de tand des tijds meermaals doorstaan, juist omdat elke generatie er inspiratie uit kan putten voor haar eigen tijd. In de eenentwintigste eeuw is dat niet anders.

De wereld na 2030 is een wereld waarin klassieke talen de plaats krijgen die ze verdienen: niet in een stoffig archief, niet achter glas in een museum, maar ten midden van de maatschappij, waar ze ooit zijn ontstaan. Enkel zo zullen opnieuw meer leerlingen de weg vinden naar Latijn en Grieks. Een stapje dichter bij een toekomst waarin we nieuwsgierig blijven, met elkaar in dialoog gaan en écht luisteren naar de ander. Een taal is tenslotte pas echt dood wanneer we haar gedachtengoed laten uitsterven.

Bibliografie

Wil je de andere winnende teksten van Junior Journalist lezen?

  • De Robots van Rikko’ door Raven Cneut, winnaar reeks 1 (verhaal, derde graad basisonderwijs).
  • Ugari’ door Myguelle Nevejan, winnaar reeks 2 (verhaal, eerste graad secundair onderwijs).
  • Het Manfred-manifest tien jaar later’ door Oskar De Meester, winnaar reeks 3 (interview, tweede graad secundair onderwijs).

Coverfoto: De finalisten van reeks 4 met jurylid Noëmi Plateau en presentatrice Meryem El Mandoudi. Foto genomen door Hermen Genbrugge.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s