De winnaars van Junior Journalist, de grootste schrijfwedstrijd voor jongeren in Vlaanderen en Brussel, zijn bekend! Duizenden jongeren gingen het afgelopen schooljaar aan het pennen rond het thema ‘De wereld na 2030’. Myguelle Nevejan, lokale finalist van Davidsfonds Ieper, won de nationale hoofdprijs voor reeks 2 (verhaal, 1e graad secundair onderwijs). De winnende tekst ‘Ugari’ lees je hier.

Myguelle Nevejan wint reeks 2 met haar verhaal ‘Ugari’. Foto genomen door Pieter Mylle.

15 april 2060     

Nooit gedacht dat mijn verjaardag de laatste dag van de aarde zou zijn. Nooit gedacht dat de aarde het net op die dag zou begeven. Nooit gedacht dat ik maar 15 jaar zou worden, of net niet. 22 april is nog maar een week. Het zou de beste week van mijn korte leven moeten zijn. Het is nog maar begonnen en de week voedt zich al met angst en verdriet.

                                                                                 ***

“Kollin, luister! Er moet een manier zijn om haar bij de elite te krijgen.” “Stop met die waanzin! We splitsen ons niet op, wat er ook gebeurt. We blijven alle drie samen ik, jij en Aza.” “Het is onbeleefd om eerst ‘ik’ te zeggen.” “Och, Yasmine, hou toch op!” Het is al de derde avond op rij dat mijn ouders ruziën over mij. Er vertrekt een ruimteschip naar Ugari, om de belangrijkste en rijkste mensen op aarde te redden. De gewone mens is natuurlijk verre van elite. Ze laten ons aan ons lot over. Triestig. Mijn moeder wil mij op een wonderbaarlijke manier bij die rijkelui krijgen. Papa vindt het ‘een hoop zever’. Ik weet niet meer wat ik moet denken. Mama houdt er de hoop in. Ze zegt altijd: “Zoek het licht in de duisternis.” Maar op dit moment zie ik geen licht, alleen duisternis.

De nacht van 18 april 2060                                                                           

De koude, miezerige straten zijn rustig; er is veel minder kabaal dan gewoonlijk. Het marginale groepje dat dagelijks het park bekladt met hun bierglazen en monsterblikken zit er druilerig bij. Hun ogen staan diep en rood. Mama trekt me snel verder naar een onbekende locatie. Tussen twee auto’s hurkt ze neer en kijkt ze me recht in de ogen aan. Ze ziet er bezorgd, maar vastberaden uit. Ik ken die blik. “Ik leg het maar één keer uit, dus luister goed!” “Laten we gewoon naar huis gaan, alsjeblieft.” “Het is nu of nooit, Aza. De klok tikt.” “Straks zal hier een zwarte limousine parkeren. Op het moment dat de butlers de elite naar dat fancy gebouwtje leiden, kruip jij in de limousine en zoek je een plekje waar ze je niet meteen kunnen opmerken. Wees snel, want als een van de butlers de deur sluit met het bakje, kun je onmogelijk nog naar binnen zonder dat het alarm afgaat. Wanneer die rijkelui terug zijn, blijf je muisstil zitten. Wacht tot het voertuig al een tijdje aan het rijden is, voordat je jezelf toont. Toon je triestigste en schattigste blik. Kijk ze aan in de ogen, zodat je op hun gevoel inspeelt. Er zijn meer dan vijftien passagiers in de limo en jij moet ervoor zorgen dat er minstens één iemand jou wil houden.” Mama haar toon was streng en serieus. Ik kreeg er kippenvel van. “Het is een stom plan. Ik wil het niet doen.” Vanwaar had ze al deze info?! Hoe kwam ze op het idee om zo een risicovol plan te verzinnen? Niemand weet waartoe die mensen in staat zijn?! “Aza, schat! Papa en ik houden van jou. Het is ofwel snel sterven op deze planeet, ofwel een overlevingskans hebben bij de elite.” Haar ogen vullen zich met tranen; ze geeft me een harde kus op mijn wang en schetst een kruisteken op mijn voorhoofd. Ik lach teder. Mama haar gespannen gezicht lijkt te ontdooien. We geven elkaar een knuffel. Een echte knuffel. Zo eentje die je doet realiseren hoe graag je die persoon ziet. Een die je duidelijk maakt dat je die persoon zal moeten missen. Voor een heel lange tijd.

                                                                                   ***

Ze zijn er! De zwarte, majestueuze limousine gevuld met de rijkste mensen op aarde, rijdt dezelfde donkere straat in waar ik me achter twee auto’s schuilhoud. Ver uit het licht van de geel lichtgevende lantaarns. Ik voel mijn hart in mijn keel bonzen en mijn hoofd begint te tollen. Mama is ondertussen aan de overkant van de straat gaan staan. Ze steekt haar duimen nog eens op en maakt een hartje met haar vingers. Ik haal mijn trillende handen uit mijn jaszak om haar voor de allerlaatste keer uit te zwaaien, maar ze is al verdwenen. Voorgoed. De limo komt tot stilstand in de schaduw van het fancy gebouw. Ik kruip langs het andere voertuig tot aan de limo. Ik laat mezelf eronder rollen en raak de gloeiende motor met mijn ijskoude hand aan. Ik laat een kleine gil ontsnappen en sis de pijn tussen mijn tanden weg. Even stoppen de voetstappen van de butlers, maar daarna lopen ze meteen weer door. De laatste butler kruipt uit de wagen en leidt een elegante vrouw naar buiten. Ze draagt een witte boa, een grote, opvallende bril en een mondmasker. “Typisch uit het jaar 2022”, hoor ik mijn geschiedenisleerkracht nog zeggen. De butler sluit de zware limodeur achter zich en stapt verder. Ik kruip onder de wagen vandaan en sluip naar de deur aan de andere kant van de butler. Die is open! Stil open ik de deur. Ik kruip muisstil in het voertuig en sluit hem weer haastig achter mij. Ik kruip met handen en voeten over de luxueuze vloer in de hoop een verstopplaats te vinden. “Klik!” De deur wordt geopend. Ik verstijf van angst en word lijkbleek. Een witte boa valt net naast mij op de grond. Ik kijk op en zie de elegante vrouw haar mondmasker en hoge hakken uitsmijten. De vrouw ziet er vriendelijk uit en heeft grote, bruine puppyogen. Ze is een vijftiger, gok ik.  “Al die domme etentjes met die valse, arrogante dikkenekken! Ik heb er genoeg van!” hoor ik haar zeggen. Ik sta op en kijk haar recht in de ogen aan met mijn triestigste blik. Ik hoefde niet eens te doen alsof. Onze ogen blijven elkaar vijf seconden vasthouden, waarna ze meteen met een bezorgd gezicht zegt: “Liefje toch, hoe ben jij hier terechtgekomen?” Ik besef dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Zij zal van me houden. Ik wil iets uiten, maar tranen vloeien uit mijn ogen. De vrouw trekt mij naar haar toe en geeft me een knuffel. Mijn tweede knuffel vandaag. Maar deze is voor troost en ‘ik ben er voor jou’. De tijd die we alleen hadden, hebben we gebruikt om te praten. Ze vertelde me hoe ze nooit kinderen kon krijgen en er alles aan zou doen om me te houden.

                                                                                        ***

Het groepje elite dat eerder uit de limousine kwam, komt nu het chique gebouw uit. Roos stelt me gerust en gaat met het groepje praten. Ik zie ze hevig discussiëren en met grote handgebaren babbelen. Vijftien minuten heb ik in angst afgewacht voordat ze naar me toe kwam en me vertelde dat alles in orde was. Na een stille rit in de limousine brengt Roos me naar haar hotelkamer. Ze is in een aardig tempo allerlei mensen aan het berichten en mailtjes aan het versturen om een extra ticket op het ruimteschip te kunnen bemachtigen.

De ochtend van 22 april 2060                                                                             

Roos maakt me vroeg in de ochtend wakker met ontbijt op bed. “Gelukkige verjaardag, sloeber. Ik heb nog een verrassing voor je”, zegt ze opgewonden. Ze haalt een ticket achter haar rug vandaan. “Je mag mee op het schip!” Allerlei emoties overspoelden me. Bezorgd, bang, blij, maar vooral opgelucht.

De voormiddag van 22 april 2060                                                                                                        

Er is veel meer volk in het schip dan ik had gedacht. De schipdeuren moesten normaal al dicht zijn, maar doordat de gewone burgers het schip hebben binnengebroken loopt alles met vertraging. De grond van de aarde begint te trillen. Nu breekt er echte paniek uit. De deuren sluiten en kort erna stijgt het schip op. Ik was Roos uit het oog verloren en kon haar tussen alle mensen niet meer terugvinden. Ik ben bang. Het vele volk laat mijn claustrofobie op hol slaan. Een herkenbare stem roept mijn naam boven al het geroezemoes. “Mama!?” roep ik hysterisch. Een warme, betrouwbare hand grijpt mijn arm en sleurt me doorheen het volk naar de dikke, glasachtige wand van het ruimteschip. Ik laat me zakken in mama haar armen. Warm en betrouwbaar. Ik krijg bijna geen lucht meer. Mijn hoofd begint te duizelen en ik voel me slapper en slapper worden. Waarschijnlijk door het wenen, denk ik. Fout. Het schip is overbevolkt. Niet genoeg zuurstof voor iedereen. Niet genoeg ruimte voor iedereen. Het willen blijven leven heeft iedereen de dood in gejaagd. We moesten het nog drie dagen in de ruimte volhouden tot onze eindbestemming.


23 april 2060                                                                                

Nooit gedacht dat ik zou sterven aan verstikking. Ik vraag me af hoe het met Roos gaat en met papa. Mama en ik hebben hem hier niet gevonden in de hemel. Misschien is hij nog levend, of naar … de hel? Ik wou een lang gelukkig leven leiden. Dat was niet voor mij weggelegd. Maar nu is er geen duisternis meer, alleen licht.

Wil je de andere winnende teksten van Junior journalist lezen?

  • De Robots van Rikko’ door Raven Cneut, winnaar reeks 1 (verhaal, derde graad basisonderwijs).
  • Het Manfred-manifest tien jaar later’ door Oskar De Meester, winnaar reeks 3 (interview, tweede graad secundair onderwijs). Komt 28 april op onze blog.
  • Lang leve de dode talen’ door Elise Renckens, winnaar reeks 4 (opiniestuk, derde graad secundair onderwijs). Komt 29 april op onze blog.

Coverfoto: de finalisten van reeks 2 naast presentatrice Meryem El Mandoudi en algemeen directeur van Davidsfonds Kris Opdedrynck. Foto genomen door Herman Genbrugge.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s