Op 4 januari startte Philippe Vandendaele als nieuwe directiemedewerker voor Davidsfonds Brussel. Hij zal mee zijn schouders zetten onder het Brusselse beleid en die regio verder op de kaart zetten. In Het Accent van januari stelden we Philippe al even kort aan je voor. Hieronder lees je het volledige interview met hem.

Waarom wil je voor Davidsfonds werken?
Philippe: “Als je naar mijn carrière tot nu toe kijkt, vind je die misschien wat grillig. Er lijkt geen draad te zijn. Maar voor mij is het alsof de cirkel op het punt stond te sluiten. Na mijn studie Germaanse talen ging ik aan de slag als leraar Nederlands-Engels. Daarna was ik journalist voor een Europees vakblad. Vervolgens werkte ik een lange periode als lobbyist, waarbij ik voornamelijk privébelangen vertegenwoordigde in discussies met EU-instellingen.”

“Na een tijdje besloot ik dat ik mijn carrière terug wilde verschuiven naar iets dat ik meer de moeite waard vond. Ik wilde mijn tijd en energie steken in een project of een activiteit die voor mij waardevoller was dan het behartigen van privé-bedrijfsbelangen. Ik wou een activiteit met meer maatschappelijke relevantie. Ik ging weer lesgeven en nam daarna een functie als ambtenaar aan. In het Engels is een ambtenaar een ‘civil servant’. Het is in die geest dat ik die functie opnam, maar toen ik werd gewezen op de mogelijkheid om samen te werken met Davidsfonds, aarzelde ik niet.”

“Het belang van prioriteiten in een missieverklaring kan je niet overschatten.”

“De nieuwe missie van Davidsfonds is gericht op mensen en heeft als focus de Nederlandse taal, kunst en cultuur. Voor mij kun je het belang van de prioriteiten in een missieverklaring niet overschatten. Ik heb zelfs een gevoel van urgentie. De laatste jaren ervaar ik een bijna surrealistisch maatschappelijk en cultureel klimaat waarin iemands mening feiten kan overtroeven. Dat zorgt voor verwarring, een gevoel van isolatie en – voor sommige mensen – wanhoop. Onlangs kwam ik een citaat van Confucius tegen. Het geeft mijn motivatie weer:

“Als de taal niet correct is, dan wordt niet bedoeld wat er wordt gezegd; als wat er wordt gezegd niet is wat er wordt bedoeld, blijft wat gedaan moet worden ongedaan; als dit ongedaan blijft, zullen moraal en kunst verslechteren; als de gerechtigheid afdwaalt, zullen de mensen in hulpeloze verwarring rondhangen. Daarom mag er geen willekeur zijn in wat er wordt gezegd. Dit is bovenal belangrijk.”

Wat hoop je binnen Davidsfonds te leren?
“Ik zou graag willen zien hoe cultuur onze samenleving echt irrigeert en dat niet alleen op een abstracte manier. Ik zou graag beter willen begrijpen hoe de inzet van onze leden en van vrijwilligers een verschil maakt bij het promoten van culturele initiatieven die geworteld zijn in lokale gemeenschappen.”

“Tenzij je de afgelopen eeuwen even verstrooid was, zijn de meeste mensen het erover eens dat cultuur een product is. Maar het is meer dan dat. Ik denk dat Davidsfonds ideaal geplaatst is om de lokale en menselijke dimensie van cultuur aan te wakkeren. Mensen laten ervaren dat je meer kunt zijn dan een consument door ook actief deel te nemen is een les voor mij en waarschijnlijk ook voor vele anderen. Ik denk dat de slogan het redelijk goed weergeeft: cultuur beleef je samen.”

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen van Davidsfonds in Brussel?
“Als organisatie is het garanderen van een actieve en dynamische aanwezigheid in Brussel al een uitdaging op zich. Dat beseffen alvast onze vrijwilligers en leden. Daaraan werken is een van mijn grootste uitdagingen.”

“In Brussel zijn de identiteiten complex en gemengd.”

“Maar ik zie nog een andere uitdaging. Hoe kunnen we ons positioneren op een manier die recht doet aan wie we zijn? We willen niet gedefinieerd worden door representaties die zijn afgeleid van verouderde clichés of die zijn gebaseerd op onwetendheid of onverschilligheid. We moeten daarom open blijven staan voor alle gemeenschappen die in Brussel wonen en werken, ook degenen die teruggetrokken zijn en binnen de grenzen van hun gemeenschap blijven, zoals onder andere de expat-gemeenschap. Identiteiten zijn complex en gemengd, vooral in Brussel.”

“Toch worden identiteiten in de hoofden van velen nog steeds als exclusief beschouwd. In een andere context heb je misschien gehoord van de polemiek die werd uitgelokt door de vrouw van acteur Alec Baldwin. Ze misleidde mensen door te doen alsof ze van Spaanse afkomst was. Critici noemden het al snel culturele toe-eigening. Maar wat ons betreft, moet je Vlaams zijn om Nederlands te spreken in Brussel? Wat is het om Vlaams te zijn? Ben ik een echte Vlaming? Dat zijn niet alleen introspectieve overwegingen van persoonlijke aard. Als, om welke reden dan ook, een cultuur monolithisch lijkt, hoe kun je dan een toegangspunt vinden?”

“Het is me duidelijk dat we alle goede dingen die we doen moeten blijven promoten, maar we moeten ook een nieuw publiek of nieuwe gemeenschappen bereiken. Het Nederlands in Brussel mag niet alleen de taal zijn van een kunstmatig construct dat de echte Vlaming heet. Ik hoef niet te zeggen dat de huidige gezondheidscrisis deze uitdagingen alleen maar zal verscherpen.”

Wat wil je bereiken?
“Het is voor mij essentieel om ervoor te zorgen dat de afdelingen actief blijven, hun leden in aantal toenemen en idealiter er nieuwe leden bijkomen.”

“Het zou zonde zijn om de schat aan ervaring en jarenlange inzet van degenen die zo toegewijd zijn geweest, te negeren. De voortdurende aanwezigheid van Davidsfonds in het Brusselse Gewest is hun verdienste. Ik denk ook dat het zonde zou zijn om het potentieel van de jongere generaties die door vrijwel dezelfde waarden worden gedreven, over het hoofd te zien. Ze vinken misschien niet alle vakjes aan, maar in feite worden ze gedreven door vergelijkbare verlangens.”

“Demografisch is het interessant dat zowel onze senioren als de jongeren het risico lopen te vereenzamen. Dat zegt ons toch iets? Ik zou willen onderzoeken in hoeverre we voor toenadering kunnen zorgen door middel van concrete initiatieven of evenementen van onze afdelingen.”

“De voortdurende aanwezigheid van Davidsfonds in Brussel is de verdienste van de afdelingen.”

“Mijn andere doel is om van onze afdelingen te leren wat ze nu al doen, wat ze nog willen doen en waar ze het beste in zijn. Dat gaan we vertalen naar een beleidsplan dat put uit onze echte behoeften en dat nuttige doelstellingen vastlegt.”

Hoe beleef jij cultuur?
“Als er één ding is dat ik van Davidsfonds zou kunnen leren, is het om samen met anderen cultuur te beleven. Ik voel me meer aangetrokken tot de eenzame vervoering die de kunsten bieden. Ik ben een fervent lezer in verschillende talen, ik geniet van literatuur, poëzie, toneelstukken, maar ik ga niet genoeg naar het theater. Ik heb ook ontzag voor sommige schilders en in het algemeen voor grafische kunsten. Wat muziek betreft, hoop ik dat Shakespeare ongelijk had als hij zei: “Beware of the man who hath no music in himself” … maar ik vind dat ik het ook niet moet forceren. Want cultuur gaat niet over het laten vallen van namen en het citeren van autoriteiten. Ik denk dat een Italiaan het redelijk goed heeft samengevat: “ik geef cultuur deze betekenis: denken, algemene ideeën verwerven, gewoonte om oorzaken en gevolgen met elkaar te verbinden … Ik geloof dat het betekent: goed nadenken, wat je ook denkt, en daarom goed handelen , wat je ook doet”. We komen weer terecht bij Confuscious, me dunkt!

We wensen Philippe alvast veel succes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s