In het boek Zwarte bonen, rode inkt en Manneken Pis vertelt Gentenaar Huib Billiet Adriaansen over vijfhonderd jaar Belgisch-Cubaanse geschiedenis. Het begint in het langgevelgebouw Hof van Cuba op de Garenmarkt in Brugge en eindigt in het stripmuseum in Brussel. We vroegen de auteur om van zijn hart een steen te maken en uit de afbeeldingen en de honderden feiten en gebeurtenissen van zijn chronologisch overzicht een paar items te selecteren.

1. Vorstelijke interesse

De aandacht van Leopold I voor Cuba reikt veel verder dan de export van textiel, bakstenen, olie en wapens, en de import van rietsuiker en tabak. Hij is uit op koloniale expansie en waagt zijn kans om het suikereiland te kopen van de bijna bankroete eigenaar Spanje. Don Leo grijpt echter naast de buit. In die jaren 1830 is de politieke en economische situatie in ons land niet gunstig voor de aankoop van overzees gebied of voor koloniale avonturen. Nog niet. Na de onafhankelijkheid van het eiland in 1902 verlopen de vorstelijke contacten wel gesmeerd. Enkele voorbeelden:

Huib Billiet
Huib Billiet
  • Cubaanse politici onderhouden persoonlijke contacten met Albert I en met prinses Clementine, de dochter van Leopold II.
  • De bijna ex-koning Leopold III, peetvader van een van de kleinkinderen van de suikerbaron José Mena, en de jonge Boudewijn krijgen van de Cubaanse president een suite en kamers toegewezen in het Hotel Nacional in Havana.
  • Elisabeth, de ‘rode koningin’, mist er een jaar voor haar overlijden ei zo na een ontmoeting met Fidel Castro.
  • Een krantenfoto van Filip en Mathilde incognito in Havana dwingt het Paleis vroeger dan gepland om hun relatie te openbaren.

2. Cubaanse belgofilie

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog toont Cuba zich van een zeer België-vriendelijke kant. Terwijl een Cubaanse student als vrijwilliger deelneemt aan de oorlog in België, trekt de regering op Cuba fondsen uit voor de oorlogsslachtoffers. De vrouw van de president neemt de leiding over een solidariteitscampagne. Journalisten en auteurs zetten de heldendaden in de verf van het getergde België en de legendarische Rey-Caballero Albert I, die door een Cubaanse piloot over het slagveld van de IJzer werd gevlogen. Op de ochtend van 21 juli 1918 zien de inwoners van Cuba alle forten, publieke gebouwen, en oorlogsschepen met de Belgische driekleur bevlagd. Op aandringen van één van de Cubaanse oud-studenten aan de Université de Liège krijgen twee hoofdstraten in Havana samen de naam Avenida de Bélgica. Na de oorlog levert het Cubaanse Rode Kruis een financiële bijdrage aan een weeshuis in de buurt van Parijs, waar ook Belgische kinderen terechtkunnen. Later volgt de hulp voor de restauratie van het Sint-Augustinusklooster in Lede, waar later het Koninklijk Gesticht van Mesen wordt ondergebracht.

3. Omhelzingen

Een greep uit de vele Belgisch-Cubaanse knuffelmomenten.

  • Baron José de Kessel, met adellijke roots in Namen, huwt zijn Cubaanse echtgenote en haakt zich zo vast aan de 18de-eeuwse aristocratie van Havana.
  • In diezelfde stad, maar jaren later, is de Belgische viooldocent José Vander Gucht werkzaam. Na een concert valt hij José Brindis de Salas in de armen, zijn zwarte oud-leerling en Cubaans wonderkind dat net terug is na een zegetocht in Europa.
  • Op de Wereldtentoonstelling in Luik (1905) vinden twee Cubanen elkaar voor het leven: de Cuba-België-fan Juan Manuel Planas, de latere auteur van de roman Het Kruis van Luik en María Teresa Dolz, de geadopteerde dochter van een Cubaanse feministe.

En dan hebben we het nog niet over de omhelzingen van de marxistische econoom Ernest Mandel met Che Guevara; van Jef Geraerts met zijn mollige Felicia; van de vader van Ivo Van Damme met de Cubaanse atleet Alberto Juantorena op de Memorial, of van Salvatore Adamo met de oude, maar kranige Cubaanse muzikanten op het Irisfeest in Brussel.

4. Doodgeboren tijd

In 1950 neemt de Cubaanse diplomaat Mariano Brull afscheid van zijn kunstvrienden. Hij heeft de Belgische avant-garde op Cuba geïntroduceerd en zich als ambassadeur ingezet om Duitse joden te helpen bij hun emigratie. In Brussel, de stad van de poëzie, is zijn bekendste bundel verschenen. Het titelgedicht, Tiempos en pena, is een melancholisch en beschouwend sonnet, hier in een schitterende vertaling van de Vlaamse auteur Stefaan van den Bremt.

Erin was ik en toch eruit, – in wat men ziet
valt plots de tijd uiteen en heeft twee zijden,
en wat de slingerklok wil meten tussen beide
reikt niet tot vóór en niet tot na wat men bespiedt.
En tussen wat onzeker is en wat ontschiet
zweeft nog de ruimte die de ruimte wil verleiden
om stil te staan net op het punt waar elkaar snijden
wat wordt verwacht en dat wat onverwacht geschiedt.
De oever van de wereld in verlegenheid:
daar spookt het ogenblik – het verste nest,
bestemd tot een hardnekkige afwezigheid
van doodgeboren tijd, onstoffelijke rest –
terwijl de slingerklok de toekomende tijd
vastketent aan een nu dat van ons scheidt …

5. Manneken Pis

Een pleintje in de stad Camagüey is de publieke standplaats van een Manneken Pis. Het is een geschenk van Juan Bilbao Batista, notaris en veehouder die het in de periode van de belgofilie op de kop heeft getikt. Na bezwaar van moraalridders verdwijnt het beeldje eerst naar een opslagplaats, maar omdat men van oordeel is dat een pissend ventje toch beter in openlucht staat, krijgt het zijn vaste plaats aan een fontein op het pleintje voor het Provinciaal Museum. Op Cuba circuleren er nog meer Mannekens. In 2013 wordt er in de wijk Santo Suarez in Havana eentje aangetroffen, voorzien van een halsketting met kruisbeeld. Het originele beeldje in Brussel is al twee keer bedacht met een outfit uit Cuba: eerst als boer, met een typisch guayabera-hemd en een sombrero de yarey ofte strohoed, en in 2012 als mambí, een strijder van het Cubaanse bevrijdingsleger uit de negentiende eeuw.

6. Te klein

In april 2004 geeft Renaat Landuyt tekst en uitleg na zijn bezoek aan Cuba. De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme moet zich niet verantwoorden omdat hij door Castro naar de luchthaven is gereden, iets wat eerder Jean-Claude Van Cauwenberghe en Steve Stevaert wel te beurt viel. Het is Landuyt niet ontgaan dat je in toeristisch Havana een museum kunt binnenlopen dat geïnspireerd is op het chocolademuseum van de Grote Markt in Brussel en dat in samenwerking met het Brussels Gewest gerestaureerd is. “Dat raakt de Vlaamse bezoeker, denk ik,” aldus Landuyt. Hij heeft nog iets anders gezien, op de Plaza Vieja. Daar wordt met steun van de Waalse Gemeenschap een gebouw gerestaureerd dat een uitgangbord voor Wallonië moet worden. Een Vlaamse investering in Cubaanse gebouwen ontbreekt, volgens de minister. De Cubanen hebben hem een gebouw aangeboden naast dat van Wallonië, maar dat zou wel een stuk kleiner zijn. Op Cuba is men op de hoogte van de gelaagde Belgische staatsstructuur, maar Renaat heeft er toch op moeten wijzen dat een groot huis voor Wallonië en een klein voor Vlaanderen tot problemen kan leiden in België.

Koop nu Zwarte bonen, rode inkt en Manneken Pis

  • Ben je in het bezit van een Davidsfonds Lidkaart, dan geniet je een korting van 10% bij een aankoop vanaf 50 euro via onze webwinkel.
  • Wil je graag een Davidsfonds Cultuurkaart & Lidkaart? Bestel dan voor minstens 40 euro aan boeken en/of cd’s via de lidmaatschapsmodule op onze website. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s