De immer enthousiaste Dimitri Leue tipt in Davidsfonds Cultuurmagazine niet alleen theatervoorstellingen, maar ook andere culturele uitjes die ideaal zijn om samen met kinderen te beleven. Zo vertelt hij in het decembernummer over een geslaagd uitje naar het dwaalstaal in Limburg.

– Dimitri Leue

Ja, ik ben een fan van Limburg. Er is veel natuur, het is een toonbeeld van integratie, de vriendelijkheid hangt er in de lucht en ze doen bijzonder leuke zaken met hun mijnsites. In het juninummer van dit magazine heb ik al een column geschreven over Zolder en Eisden, ik weet het. Toch kan ik niet anders dan je attent maken op een bijzonder fijn kunstwerk van Gijs Van Vaerenbergh, het kunstenaars- en architectenduo Pieterjan Gijs en Arnout Van Vaerenbergh. Misschien ken je dat bureau wel: zij creëerden het doorkijkkerkje in Borgloon dat een geliefd beeld is bij het weerbericht. Datzelfde kerkje ontlokte mijn dochter de woorden: “God is lucht.” Wat ze precies bedoelde, weet ik niet, maar ik heb haar niet tegengesproken. Knap hoe de kunstenaars-architecten nadenken over ruimte en betekenis. Hoe ze in een doorschijnende kerk geloof tastbaar maken.

Als je datzelfde bureau een opdracht geeft voor de lege ruimte bij C-mine Genk, op de oude mijnsite van Winterslag, dan mag je iets unieks verwachten. En het resultaat is inderdaad verbluffend. Het kunstenaarsduo creëerde een stalen doolhof van 1600 vierkante meter, een labyrint van vijf meter hoge stalen platen. Het verwijst naar wat zich hier onder de grond afspeelde tijdens de hoogdagen van de mijnen – of is ‘laagdagen’ een beter woord?

Quote Het labyrint op de oude mijnsite in Genk is een ode aan het dwalen

Als je de constructie verkent, zie je sculpturale obstakels, doorkijkgaten, lage tussenschotten afgewisseld met reuzenmuren, doorsteekholletjes, hellende vlakken. Het ritme en de dynamiek van het bouwsel tillen het van een gewoon doolhof op tot een ‘beleefhof’.

Ja, het is fijn om hier verstoppertje of tikkertje te spelen.

Ja, het is een decor voor fotosessies die heel veel vind-ik-leuks zullen opleveren.

Ja, het is een romantische omgeving om met z’n tweeën een dode hoek wat leven in te kussen.

Maar het is vooral een ode aan het dwalen.

Het is niet toevallig dat zo’n doolhof naast een oude mijnsite wordt geplaatst, vermoed ik, want bij Mons is de mijnsite omgetoverd tot Le Pass: de Waalse tegenhanger van Technopolis, maar veel meer op beleving gericht. Ook een aanrader, trouwens. En ook daar staat er voor de ingang een doolhof.

In Limburg worden de zeven mijnsites met elkaar verbonden via een prachtige, zeventig kilometer lange fietsroute. De uitslovers kunnen dan nog even naar Mons fietsen via het kluwen van onze fietsknooppunten.

Ik sluit graag af met twee citaten van mijn dochtertje.

“Heet dat terril omdat toen de mijnen nog werkten de grond terrilde?” Nee, liefje, het is zieke grond. Een steenberg. Geen natuurlijke, gezonde berg, begrijp je. “Dan moet die naar de bergdokter.” Inderdaad.

“Papa, ik verdwaal heel graag. Maar liever niet alleen.”

Copyright foto: Thomas De Boever

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s