“Hoe lelijker, hoe beter! Kunst begint bij dat wat niet is! Dada eindigt nooit!” Het zijn maar een paar van de krasse uitspraken van Wout Hoeboer (1910-1983) uit de expo in Mu.ZEE in Oostende. Samen met een aantal Davidsfonds Cultuurkaarthouders uit Bredene, Eernegem en Oostende maakte ik op een regenachtige zaterdag kennis met het werk van de dadaïstische kunstenaar. Een ontdekking die ik iedereen aanraad!

De Klank van het Zwart 1958
De Klank van het Zwart, 1958 (c) Wout Hoeboer. Collectie Verbeke Foundation, Kemzeke

Een kunstenaar zonder Wikipediapagina: het zegt veel over de bekendheid van Wout Hoeboer. Net als de andere deelnemers had ik nog nooit van de man gehoord. En dat is precies de reden waarom Mu.ZEE hem voor het voetlicht plaatst. Al tijdens zijn leven belandde het werk van Hoeboer in de collectie van Mu.ZEE, toen nog het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst of kortweg PMMK. Kort nadat de kunstenaar in 1983 overleed, ging in Antwerpen de tentoonstelling Hommage aan Wout Hoeboer open, met onder andere werken uit de PMMK-collectie.

Uit dankbaarheid schonken zijn erfgenamen recent een honderdtal kunstwerken aan het museum. Met de expo Hoe? Boer! Dada voor nu, en voor straks, dada voor altijd en het bijbehorende boek wil Mu.ZEE vooral aantonen dat er “een onbevangen kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw in zijn oeuvre schuilt. Want zelfs al kun je elk beeld dat de kunstenaar gemaakt heeft als dada bestempelen, het wordt pas echt boeiend als je Hoeboers werk bekijkt als een dynamisch samenspel van creatieve avant-garde-impulsen.”

Hoe? Boer!

Wout Hoeboer groeide op in Rotterdam en begon op zijn zestiende grafiek te studeren aan de Academie. Die grafische opleiding en de lessen van zijn leraar Piet Zwart hebben hem zijn leven lang beïnvloed. Na zijn opleiding belandde Hoeboer via Antwerpen en Brussel in Dilbeek, waar hij goed bevriend raakte met Jean Brusselmans en Victor Servranckx. Die laatste bedacht ook de titel voor de expo, want in 1958 schreef hij een postkaart naar de familie Hoeboer met als aanspreking: Hoe? Boer! De Boeren zijn de besten!

De artistieke uitwisseling tussen Hoeboer, Brusselmans en Servranckx wordt goed geïllustreerd in de eerste zaal van de expo. En wat daar ook meteen opvalt, is de diversiteit aan stijlen in het werk van Hoeboer. Zo zien we een aquarelschilderij uit 1934 waarop een zittende man wordt afgebeeld met zachte kleuren en lijnen. Daartegenover hangt een werk uit 1939 waarop een liggende vrouw is geschilderd met harde kleuren en lijnen, in kubistische stijl.

Assemblages (c) Aäron BlommeOnze gids, Anne Marie Kinds, licht toe: “Wout Hoeboer behoort tot geen enkele kunstrichting, in die zin dat hij volledig zijn eigen ding doet, inspiratie put uit diverse kunststijlen en een synthese maakt van verschillende avant-gardebewegingen. Zo heeft hij de belangrijkste creatieve schokgolven van zijn tijd geabsorbeerd en herwerkt tot iets authentieks. Zijn werk verbindt met andere woorden zowel de grafische lessen van Piet Zwart als het kubisme van Juan Gris of de abstracte kunst van Wassily Kandinsky.”

Wa is dada?

“Ik ben een grote tegenstander van mooie kunstwerken. Kunst moet goed zijn, niet mooi. Hoe lelijker, hoe beter!” In de tweede zaal van de expo kun je Hoeboer zelf aan het woord horen. Zo legt hij onder andere uit dat het materiaal zelf hem inspireert en dat hij heel snel werkt om het directe, het nieuwe tot expressie te laten komen. Dat is volgens hem ook het doel van het dadaïsme, de kunststroming die in zijn ogen nooit is geëindigd.

“Het dadaïsme, of kortweg dada, was een kunststroming die tijdens de Eerste Wereldoorlog is ontstaan in Zwitserland,” licht onze gids toe. “De beweging was op haar hoogtepunt tussen 1916 en 1920, dus voor Hoeboer begon te schilderen. Toch noemde hij zich een dadaïst: voor Hoeboer was dada een anarchistische ideologie die nooit zou eindigen omdat ze de mens in staat stelde om de totale vrijheid van leven en kunst te omarmen.” De ondertitel van de expo is dan ook gebaseerd op een van Hoeboers uitspraken: Dada voor nu, en voor straks, dada voor altijd. Typisch voor dada zijn de mengvormen van beeldende kunst, poëzie en grafisch ontwerp, evenals het gebruik van bestaande voorwerpen.

Geen wonder dat de expo dus ook een heleboel collages en assemblages toont. Hoeboer was een grote fan van Kurt Schwitters, een Duitser die beroemd werd met zijn collages waarin hij afval verwerkte. Hetzelfde zie je in Hoeboers hommages aan Schwitters, waarin hij bijvoorbeeld gescheurd krantenpapier gebruikt. Zijn assemblages bevatten ook houten en metalen voorwerpen. Heel opvallend is bijvoorbeeld Hoeboers zelfportret: een assemblage met onderdelen van een Thonnetstoel.

Een ander kenmerk van dadaïstische kunst is de fascinatie voor machines. Onze gids staat uitgebreid stil bij een aantal werken uit Hoeboers reeks van meer dan dertig mens-monster-machines. “Het experimentele karakter van de werken is een belangrijk kenmerk en sluit aan bij de kleurrijke werken van bevriende CoBrA-kunstenaars als Karel Appel en Pierre Alechinsky. Ook zij gebruiken in hun werk felle kleuren en primitieve vormen, wat resulteert in een naïeve stijl.”

Pamapadada en de Italiaanse connectie

Pamapadada is de titel die Hoeboer in 1975 verzon voor een tentoonstelling in de Venetiaanse Galleria Il Traghetto. Een aantal jaar eerder al had hij vriendschap gesloten met Italiaanse kunstenaars van de Arte Nucleare-beweging die reageerden op de dreiging van kernoorlogen. In de laatste zaal van de expo zien we dan ook een heleboel werken die op explosies of atoomwolken lijken. Ze zijn niet alleen heel kleurrijk en grafisch, er gaat ook een grote dynamiek van uit.

Onze gids vertelt: “In deze periode komt het werk van Hoeboer in de buurt van action painting. De schilderijen laten zien wat er tijdens het schilderen zelf gebeurt. De compositie ontstaat uit de intuïtie van de kunstenaar en zijn spontane gebaren zijn duidelijk zichtbaar. Hoeboers gestuele kunst viel bij het Italiaanse publiek trouwens veel beter in de smaak dan in België. Hij is daar dan ook beter bekend dan bij ons.”

Intussen zijn alle deelnemers het erover eens dat het volkomen onterecht is dat Hoeboer bij ons zo onbekend is. Ze zijn aangenaam verrast door zijn werk en vooral onder de indruk van de grote verscheidenheid. Gino Vandenbussche van Davidsfonds Eernegem vat het goed samen: “Hoeboer was een artistieke spons die heel veel invloeden opnam. De expo is een echte ontdekking en een aanrader!” Door de diversiteit van Hoeboers werk zagen ook de andere deelnemers werken die hen aanspraken. Willy Cattrysse, ere-voorzitter van Davidsfonds Bredene en gepensioneerd ingenieur, wijst me dan weer op het werk De kwadratuur van de cirkel. Zelf had ik niet meteen oog voor de reeks kleinere tekeningen waar het werk tussen hangt, omdat ik vooral gefascineerd was door de grote, kleurrijke doeken. In groep en met een gids de expo bezoeken, bleek alweer een absolute meerwaarde.

Om af te sluiten nog een dikke dankjewel voor collega Aäron Blomme, die voor de foto’s zorgde!

De expo Hoe? Boer! Dada voor nu, en voor straks, dada voor altijd loopt nog tot 5 januari 2020 in Mu.ZEE in Oostende. Naast werk van Wout Hoeboer zie je ook werk van o.a. Pierre Alechinsky, Karel Appel, Paul Joostens, Victor Servranckx en Kurt Schwitters. Met je Davidsfonds Cultuurkaart krijg je 10% korting in de museumwinkel voor Mu.ZEE publicaties en Mu.ZEE merchandising. Plan nu je museumbezoek.

Zoek je nog extra informatie over Wout Hoeboer en zijn werk? Bekijk dan zeker:

  • de uitgebreide bespreking van de expo in het tijdschrift van Openbaar Kunstbezit Vlaanderen. “Niet alleen kunstenaars kleuren buiten de lijntjes. Mu.ZEE in Oostende doet dat eens te meer. Haaks op het in-vakjes-denken van de traditionele kunstgeschiedenis pakt het uit met een tentoonstelling rond Wout Hoeboer, een artistieke duizendpoot en zelfverklaard levenslang dadaïst.”
  • een kort filmpje waarin curator Adriaan Gonnissen je meeneemt door de expo terwijl die wordt opgebouwd. “Wat Hoeboer typeert, zijn de associaties die hij voortdurend maakt en de uitsnijdingen die telkens in een andere vorm terugkomen.” 
  • een interview uit 1971, afgenomen door Freddy de Vree en uitgezonden door BRT 3 in de reeks Portret. Op enkele correcties en ingrepen na kun je dat gesprek integraal nalezen. Hoeboer geeft onder andere antwoord op de vraag waarom veel werken geen titel hebben. “Ik ga van het standpunt uit dat de beschouwer zelf een indruk, een naam kan, mag of moet geven aan het werk. Ik wil in geen geval een werk klasseren onder een zekere terminologie.”

Een gedachte over “Voor jou gezien: expo over dadadandy Wout Hoeboer in Mu.ZEE

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s