KBR opent haar deuren voor de grootse expo The World of Bruegel in Black and White. Want wist je dat Bruegel ook een succesvolle tekenaar en ontwerper van prenten was? Grijp je kans om Bruegels prenten van dichtbij te bewonderen in KBR, dé pionier in de herontdekking van de onbekendere meesterwerken van Bruegel. De Koninklijke Bibliotheek van België stelt tot 16 februari 2020 een complete collectie Bruegelprenten tentoon: The World of Bruegel in Black and White neemt je mee in de imaginaire wereld van de Vlaamse meester. Wij kregen exclusief een voorproefje van curator Joris Van Grieken.

“Iedereen kent Bruegel als kunstschilder, maar in de eerste jaren van zijn carrière was hij vooral actief als tekenaar en ontwerper van prenten”, vertelt Joris Van Grieken.

KBR_(412)
Curator Joris Van Grieken

“Die maakte hij in opdracht van zijn uitgever Hiëronymus Cock, met wie hij vanuit Antwerpen opereerde en zijn hele carrière zou samenwerken. Dankzij zijn prenten kende heel Europa zijn naam. Zijn oeuvre liegt er ook niet om: er zijn veertig schilderijen van hem bekend, terwijl we vandaag zestig tekeningen en zo’n zestig prenten van Bruegel kennen. In Bruegels tijd hadden zijn schilderijen minder faam. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat die in privébezit waren en het grote publiek ze dus niet kon zien.”

Tekentalent Bruegel

The World of Bruegel in Black and White opent met een belangrijk facet van de kunstenaar: Bruegel als tekenaar. Want voor je een prent kunt maken, heb je een tekening nodig. “Bruegel was een rasechte pentekenaar”, zegt Van Grieken. “Hij maakte zijn eigen inkt met ijzererts en zuur van galnoten en water. Hij koos zijn eigen pennen en scherpte die zelf aan. Naast ganzenveren tekende hij met kwartelveertjes voor de fijne details en zwanenveren voor de grote lijnen. Bruegel had enorm veel ervaring, en dat laten we zien tijdens de expo. Recent onderzoek toont aan dat Bruegel zijn tekeningen meteen in inkt maakte: nergens hebben we uitgewiste sporen van potlood kunnen vinden. Toch vermoeden we dat hij goed voorbereid was, want een compositie met duizenden figuren uit je hoofd tekenen is niet evident. Tenzij Bruegel nog briljanter was dan we al dachten.” De expo zal drie tekeningen van Bruegel tentoonstellen. Dat lijkt weinig, maar dat is het niet als je weet dat er wereldwijd maar zestig tekeningen bewaard zijn gebleven. “Twee van die tekeningen zijn voortekeningen van prenten: een in de reeks van De zeven deugden (1559-1560) en een in de reeks De zeven hoofdzonden (1558).”

Bruegel voortekening luxuria SII 132816
De voortekening van Luxuria (Onkuisheid) in de reeks De zeven hoofdzonden (1558)

Daarna gingen de ontwerpen van Bruegel naar de graveur, die ze sneed in een koperplaat: “Eerst transfereerde hij – of zij, want Bruegel had ook vrouwelijke graveurs – de tekening met de voorloper van de carbontechniek. De koperen plaat werd ingesmeerd met een plakkerige, witte was waarop de graveur een vel papier legde. Dat was bestreken met poeder, zoals rood krijt of houtskool. Daarop legde hij dan de tekening om met een metalen pen de contouren voorzichtig in te drukken. Het poeder bleef in de waslaag kleven, zodat er een soort doordruk verscheen. Op die manier kreeg de graveur de grote lijnen van de tekening op de koperplaat, zodat hij die vervolgens kon uitsnijden. Daarna sneed hij de details naar het voorbeeld van de tekening. Voor de graveur was er weinig ruimte voor interpretatie, want Bruegel tekende elk detail, elk lijntje en elk voorwerp.”

In de vier winden

De volgende halte was de drukker. “Cock liet de prenten drukken in gespecialiseerde ateliers die hij ook zelf betaalde. In Bruegels tijd werd gebruik gemaakt van diepdruk, een techniek die veel tijd en kennis vroeg. Cocks drukker, Sander Janssen, was dan ook een specialist. Hij smeerde de plaat in met inkt op basis van lampzwart en vet en daarna

Cockvolc
Hiëronymus Cock lijkt je uit te nodigen in zijn winkel, waar zijn vrouw achter de toonbank wacht. Detail van een prent uit 1560

poetste hij nauwkeurig het koper. Daarbij haalde hij zoveel mogelijk inkt van de plaat, maar zorgde er ook voor dat er nog genoeg inkt in de groeven achterbleef. De drukker haalde die plaat dan met vochtig papier door de rolpers, zodat dat papier de inkt uit de groeven opnam. Zo werd de prent gedrukt.”

Na het drogen van de prenten verkocht Cock ze in zijn huis In de vier winden, op de hoek van de Katelijnevest en de Lange Nieuwstraat. “De naam suggereert het al: Bruegels prenten gingen alle windstreken uit. Cock had namelijk een netwerk van kunst- en boekhandelaars, zoals Plantijn, die ze meenamen over heel Europa. Heel wat prenten kwamen zelfs vrij snel in Midden-Amerika en Azië terecht. Ook op de Frankfurter Buchmesse – die toen al bestond – werden Bruegels prenten verkocht. Zo raakte Bruegels naam in een paar jaar tijd bekend in heel Europa.” Toch was Bruegel maar een vrij klein schakeltje in de hele prentenindustrie. Bruegel ontwierp zo’n zestigtal prenten, terwijl Cock ongeveer 1.200 prenten uitgaf. “En toch was Bruegels werk belangrijk: het was kunst van een hoog artistiek niveau. Rasechte kunstenaars zoals Bruegel die zelf prenten ontwierpen, die hadden andere uitgevers niet. Bruegel was het raspaard in Cocks stal.”

Bosch-imitator

Naast de weg van tekening naar prent zal de expo ook de onderwerpen van Bruegels gedrukt oeuvre belichten. Omdat Bruegel de prenten ontwierp in opdracht van zijn uitgever, bepaalde Cock – vaak in samenspraak met Bruegel – wat er op de prenten kwam. Zo schetste Bruegel heel wat Italiaanse en alpiene landschappen tijdens zijn reis naar Italië rond 1552, die hij daarna in realistische prenten goot. “Maar Cock voegde daar soms elementen aan toe: episodes uit heiligenverhalen zoals de Emmaüsgangers of Sint-Hiëronymus in de woestijn. Daarmee mikte Cock op een breder publiek: zowel religieuzen als landschapsliefhebbers vonden hun gading. ‘De Cock zal koken om ’t volks wil,’ was zijn leuze.”

 

Ondanks de goede samenwerking moest Cock af en toe toch ingrijpen. “Zo geeft Bruegel de kerk ervan langs in zijn prent Luxuria (of Onkuisheid) in zijn reeks De zeven hoofdzonden (1558): hij beeldt monniken af, maar in de ontwerptekening zie je ook een figuurtje met een bisschopsmijter. Op de prent is die mijter verdwenen. Censuur is dat niet, maar toch een voorzichtige aanpassing om niemand tegen de borst te stuiten.”

2
De voortekening van Luxuria, mét bisschopsmijter
Prent Luxuria (Bruegel)
De prent Luxuria (in spiegelbeeld), zonder de bisschopsmijter.

Bruegel keek ook naar andere meesters: hij imiteerde de stijl van Bosch. In die tijd was er een grote vraag naar werken of imitaties van de Zuid-Nederlandse kunstschilder: “Cock liet Bruegel prenten tekenen in de stijl van Bosch, zonder ze te ondertekenen met zijn naam – opnieuw een marketingtruc. Grote vissen eten de kleine is bijvoorbeeld helemaal in Bosch’ stijl getekend. Later, als hij meer naamsbekendheid heeft verworven, mag Bruegel zulke prenten wél ondertekenen. Dan emuleert hij Bosch in plaats van hem te imiteren: hij probeert hem te overtreffen.”

Grote vissen eten de kleine
Grote vissen eten de kleine

En wat met Bruegels boeren? “Bruegel staat bekend als Boerenbruegel, omdat hij in veel latere schilderijen boeren afbeeldt. Zijn eerste biograaf Karel van Mander (1548-1606) legde daar sterk de nadruk op. Tijdens de expo relativeren we dat, omdat de boer in zijn prenten en tekeningen niet zo prominent is. Bruegel was trouwens een stedeling en in zijn tijd keek de stad neer op het platteland. Op zijn schilderijen doet hij dat met een zekere goedmoedigheid, maar toch zie je altijd de spanning tussen de deftige stedeling en de ongeremde boer. Die dualiteit vind je terug in slechts twee prenten van Bruegel: de twee boerenkermissen in Hoboken.”

Kermesse Hoboken_1
Kermis in Hoboken

Hoewel Bruegels prenten los staan van zijn schilderijen, zijn er wel enkele gelijkenissen. “Denk maar aan de gecompliceerde composities met honderden figuren, zoals zijn schilderij Kinderspelen of de prenten in de reeks De zeven hoofdzonden. Ook het thema van de seizoenen vind je in beide kunstvormen terug. Maar hij schilderde geen zuivere landschapsvoorstellingen, zoals je die wel ziet op de prenten. Ook allegorische en moraliserende taferelen tref je niet aan in zijn schilderijen. Thematische en stilistische overlappingen zijn er wel, maar zijn prenten zijn een oeuvre apart. Bruegel kopieerde geen taferelen, daarvoor had hij te veel fantasie.”

___

💡 Zin gekregen om de prenten te ontdekken? Tot 16 februari 2020 ontdek je Bruegels oeuvre in de KBR, gehuisvest in het Paleis van Karel van Lotharingen in Brussel (Keizerslaan 4). Hier vind je meer info.

💳 Met je Davidsfonds Cultuurkaart krijg je 3 euro korting en betaal je 9 i.p.v. 12 euro.

👩‍🏫 Wil je ook live meemaken hoe prenten gedrukt worden en nóg meer bijleren over Bruegel? Neem dan op donderdag 24 oktober deel aan het dagevenement van Davidsfonds Academie. Na een verhelderende lezing en een tentoonstellingsbezoek neemt een medewerker van KBR je op sleeptouw achter de schermen. Hier vind je meer info en kun je inschrijven.

 

2 gedachten over “Bruegel in zwart-wit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s