Eind mei opende een van Brugges mooiste monumenten opnieuw de deuren na een grondige renovatie. In het voormalige paleis van Lodewijk van Gruuthuse ontdek je hoe de stad evolueerde van middeleeuwse metropool tot hedendaagse werelderfgoedstad. Op woensdag 9 oktober organiseren de West-Vlaamse Davidsfonds afdelingen een exclusieve nocturne in het museum. Wij gingen al eens kijken naar de restauratie van de Bourgondische pracht en praal.

Het blijft een prachtig plaatje: de smalle straatjes, de kleine huisjes en de elegante bruggetjes van Brugge. Geen wonder dat er zo veel toeristen naar die Scone blijven komen. Maar na een tijdje overvalt je toch ook een beetje een pretparkgevoel. Is de stad meer dan een mooie achtergrond voor selfies? Steek je hier ook echt iets op over de rijke Brugse en Vlaamse geschiedenis? Na een bezoek aan het Gruuthusemuseum is mijn antwoord: ja, zeker!

Aleid Hemeryck

Mijn gids in het gerenoveerde stadspaleis is Aleid Hemeryck, conservator van het Gruuthusemuseum. Ze loodst me van de ene naar de andere wenteltrap en kamer na kamer wijst ze op de vele prachtige details van het gebouw: het ruiterstandbeeld boven de toegangsdeur, de liefdesknopen met de L van Lodewijk en de M van zijn vrouw Margaretha, Lodewijks devies Plus est en vous dat overal verwerkt is, de gouden engelenkopjes en de minutieus geschilderde margrietjes in de bidkapel, de vele wapenschilden en bombarden (kanonnen). De pracht en praal is indrukwekkend. En dat geldt ook voor de geschiedenis van het gebouw.

De Bourgondische spektakelstaat
Het stadspaleis waarin het Gruuthusemuseum zich bevindt, is genoemd naar Lodewijk van Gruuthuse (1427-1492). Lodewijk had een monopolie op de verkoop van gruut, de middeleeuwse basisgrondstof van bier. Later mocht hij ook belasting heffen op de verkoop van bier. Het geld rolde met andere woorden vlotjes binnen. Dat stelde hem in staat om een luxueus leven te leiden en het kleine paleis van zijn vader fors uit te breiden. Aleid Hemeryck: “Er zijn in Brugge wel meer stadspaleizen, maar wat dit paleis bijzonder maakt, is de bidkapel die rechtstreeks is verbonden met de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Vanuit de private kapel hadden Lodewijk en zijn gezelschap rechtstreeks zicht op het koor van de kerk. Ook de afwerking van de bidkapel is bijzonder: de houten gewelven zijn bedekt met vergulde reliëfversieringen en de gebeeldhouwde kraagstenen hebben de vorm van engeltjes.”

Het was een enorm privilege om zo’n bidkapel te mogen bouwen en het toont aan dat Lodewijk heel hoog op de sociale ladder is geklommen. Nadat hij op jonge leeftijd schildknaapschenker werd bij hertog Filips de Goede van Bourgondië onderhield hij nauwe contacten met het Bourgondische hof. Hij nam deel aan militaire acties en voerde diplomatieke missies uit voor Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria van Bourgondië. Niet alleen in Brugge, maar ook daarbuiten speelde hij een belangrijke politieke, diplomatieke en militaire rol.

Behalve een gewiekst zakenman en een machtig diplomaat was Lodewijk een getalenteerd ridder en een verfijnd cultuurliefhebber. Hij was lid van de orde van het Gulden Vlies. Hij organiseerde spectaculaire riddertornooien en gigantische eetfestijnen. Hij hield van kunst en zette beeldhouwers, schilders, schrijnwerkers en andere kunstenaars aan het werk. Hij verzamelde manuscripten en had een grote bibliotheek waarin zich ook het Gruuthuse-handschrift bevond, dat bekendstaat als de enige bron van het Middelnederlandse Egidiuslied. Kortom, Lodewijk leverde een grote bijdrage aan de Bourgondische spektakelstaat en de grandeur van de Brugse Gouden Eeuw. Helaas blijven mooie liedjes niet duren en aan het eind van de Bourgondische heerschappij viel Lodewijk in ongenade. Na zijn dood verdween het paleis al snel uit de familie en kwam het via de Spaanse koning in handen van een architect die er een pandjeshuis van maakte.

Neogotische parel
Na twee eeuwen verwaarlozing kreeg het paleis van Gruuthuse in de 19de eeuw een nieuwe bestemming dankzij de Société Archéologique de Bruges, het historische genootschap van Brugge dat in 1865 werd opgericht. Aleid Hemeryck: “Het genootschap bestond uit een aantal Bruggelingen, onder wie Guido Gezelle, die objecten verzamelden om de geschiedenis van Brugge en Vlaanderen te reconstrueren. Aanvankelijk konden ze tentoonstellen in de stadshallen, maar die bleken snel te klein. Daarom stelde het genootschap zelf het Hôtel de Gruuthuse voor, zoals het paleis toen werd genoemd. Stadsarchitect Louis Delacenserie werd aangesteld voor de renovatie. Hij liet zich inspireren door de overgebleven Bourgondische elementen en baseerde zich verder op de neogotische principes van zijn tijd. Zo vond hij op de balken in de zolder de inscriptie Plus est en vous, die hij overal in het gebouw liet terugkomen.”

Plus est en vous

Het Gruuthusemuseum zit intussen al meer dan een eeuw in het huidige gebouw. Hoog tijd dus voor een grondige renovatie én een nieuw museumconcept. Na een sluiting van bijna vijf jaar is het museum nu weer open. In het nieuwe concept vertelt het de geschiedenis van Brugge aan de hand van een uitgebreide collectie toegepaste kunst. Aleid Hemeryck: “In het gerenoveerde museum willen we de context van een object duiden. Het devies van Lodewijk, Plus est en vous, is onze leidraad. Het geldt voor elk collectiestuk in de nieuwe museumpresentatie: er schuilt meer in de voorwerpen dan je op het eerste gezicht kunt zien. Elk object is een schatkist van verhalen die iets vertellen over het ontstaan, het gebruik en de context waarin het gemaakt werd. De Gruuthusecollectie bevat objecten uit de 15de en 16de eeuw, maar de nadruk ligt op 17de- en 18de-eeuwse objecten. Als sleutelperiode is ook de 19de eeuw goed vertegenwoordigd. In het museum focussen we dan ook op die drie periodes, omdat die cruciaal zijn voor de Brugse geschiedenis. Elke periode palmt één verdieping van het gebouw in.”

BruggeOp de gelijkvloerse verdieping maak je kennis met de Bourgondische tijd oftewel de Brugse Gouden Eeuw, toen Brugge een bloeiende metropool was. Je leert alles over het Bourgondische hof en zijn gevolg. Op de eerste verdieping beland je in de schakelperiode van de 17de en 18de eeuw, met de opkomst van de burgerij en de handelaars enerzijds en de bloei van de clerus anderzijds. Ook zij bestellen heel veel kunstobjecten om hun macht te etaleren. Brugge wordt in die periode een echte kloosterstad. Op de derde verdieping duik je in de 19de eeuw waarin Brugge zich heruitvindt in de voor de stad zo typerende neogotiek. Op de zolder leg je tot slot de link met het hedendaagse Brugge via afwisselende projecten. Speciaal voor de opening werkte het museum een kunstproject met Brugse jongeren uit. Vanaf de zolder krijg je ook een prachtig uitzicht over de stad. Je kunt er reflecteren over wat je gezien hebt door het gesprek aan te gaan met andere bezoekers of door meer informatie op te zoeken via apps en andere multimedia. De zolder is trouwens een echte apotheose, want sinds vele decennia was de ruimte niet meer toegankelijk voor het publiek.

De canon van Brugge
Maar wat krijg je nu precies te zien in het museum? De Brugse geschiedenis komt tot leven in het verhaal van een 500-tal collectiestukken: van majestueuze wandtapijten tot gotische glasramen, van elegante houtsculpturen tot verfijnd historisch kant, van schilderijen uit verschillende periodes tot een gedekte tafel met zilveren bestek en kostbaar Chinees porselein, van een reeks muziekinstrumenten tot een kabinet met bijzondere handschriften. Het is geen makkelijke opdracht, maar Aleid Hemeryck licht graag drie bijzondere stukken uit de collectie toe.

  1. De marmeren portretbuste van barones Liedts
    Aleid Hemeryck: “Symbolisch voor Brugge is de kantcollectie. In totaal telt die 1000 stukken, waarvan zo’n 300 stukken uit de collectie van barones Liedts (1850-1885). De barones was een groot liefhebster en verzamelaarster van kant. Na haar dood schonk haar echtgenoot haar verzameling aan de stad. In 1889 kreeg de barones een portretbuste, die te zien zal zijn in de nieuwe opstelling, samen met een hele zaal met oude kant en schilderijen van mensen uit die tijd die kant dragen.”
  2. Het Album Pittoresque de Bruges
    “Zelf ben ik vooral geïnteresseerd in de 19de eeuw, toen het Brugge is ontstaan dat we vandaag kennen. Dat wil zeggen: een havenstad en cultuur-toeristische trekpleister. Die beeldvorming groeit in de loop van de 19de eeuw en wordt aangemoedigd door het stadsbestuur. Het zijn echter de Britten die Brugge als toeristische bestemming ‘ontdekken’. Vanaf 1815 passeren die door de stad, op weg naar of van het slagveld van Waterloo dat ze massaal gaan bezoeken. De straatjes, het water, de bruggen, de oude gebouwen: de Britse toeristen vinden het allemaal geweldig. Het pittoreske Brugge krijgt een stevige duw in de rug door de publicatie van prenten, bijvoorbeeld het Album Pittoresque de Bruges ou collection des plus belles vues et des principaux monuments de cette ville van Joseph Buffa uit 1837. Iets meer dan de helft van de prenten toont Brugse straten en gebouwen, zoals de Rozenhoedkaai, het Minnewater, de Duinenabdij en het stadhuis. Die beelden bepalen nog steeds in grote mate de Brugse canon. In de nieuwe museumopstelling worden er afwisselend prenten uit het album getoond en een documentaire geeft de nodige duiding.”
  3. Het gebouw zelf
    “Tijdens de renovatie hebben we heel veel aandacht besteed aan de beleving van het paleis. Tot voor kort waren alle muren wit, maar dat is historisch niet correct. Nu heeft het museum uitgesproken kleuren die passen bij de vele ornamenten in het gebouw, zoals de beschilderde balken en de enorme schoorsteenmantels boordevol details. Bijzonder indrukwekkend is de majestueuze entreehal van het stadspaleis, met een in hout gesculpteerd plafond, een imposant wandtapijt en neogotische baksteenimitaties die opnieuw op de muren zijn aangebracht.”

De verhalen in dit artikel zijn slechts het begin van de boeiende ontdekkingstocht door de Brugse geschiedenis die je in het vernieuwde Gruuthusemuseum kunt maken. Ga dat zien!

Met je Davidsfonds Cultuurkaart krijg je voor maximaal twee personen korting op de toegangsprijs voor het Gruuthusemuseum en voor de dertien andere locaties van Musea Brugge.
Op woensdag 9 oktober organiseren de West-Vlaamse Davidsfonds afdelingen een exclusieve nocturne in het museum. Conservator Aleid Hemeryck heet je welkom met een verdiepende presentatie en je geniet van een receptie met hapjes. Vervolgens kun je op je eigen tempo het museum ontdekken, dat die avond alleen open is voor Davidsfonds. Klik hier om het evenement te bekijken.
Benieuwd naar de verhalen achter 100 objecten uit de collectie van het Gruuthusemuseum? Neem dan hier een kijkje.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s