De immer enthousiaste Dimitri Leue tipt in Davidsfonds Cultuurmagazine niet alleen theatervoorstellingen, maar ook andere culturele uitjes die ideaal zijn om samen met kinderen te beleven. Zo ontdek je in zijn column voor het juninummer waarom hij een zwak heeft voor mijnen.

– Dimitri Leue

Ik heb een zwak voor mijnen. De grote machinerie, de magie van de wereld onder de grond, de ruwe architectuur en de terrils: ze doen me iets, elke keer opnieuw. Ook de omgeving rond de mijnsites vind ik enorm intrigerend: de gelijkvormige huizen van de tuinwijken, de casino’s, kerken en pleinen uit dezelfde periode. Voor de toerist in jezelf: ga eens voor het Casino van Beringen staan en kijk goed om je heen. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om de ingenieurs naar hun werk te zien lopen, terwijl de kinderen naar school fietsen.

De Mijnkathedraal Sint-Barbara in Eisden is ook zo’n voorbeeld van de grandeur van die periode en laat zien hoe creatief mensen kunnen zijn met baksteen. Mijn dochtertje merkte op dat het waarschijnlijk allemaal getekend is door dezelfde architect. “En die meneer of mevrouw hield duidelijk van rood,” voegde ze eraan toe. Het zijn inderdaad allemaal rode bakstenen, rode dakpannen. In de groene omgeving steken de mijnwerkerssites mooi af.

In Limburg weten ze hoe ze met dat erfgoed moeten omgaan. Denk maar aan C-Mine in Genk, beMine in Beringen en Connecterra in Maasmechelen. Allemaal fraai omgetoverd in culturele plekken waar uit de diepe schachten van de kunstenaars ertsen naar boven worden gehaald die de toeschouwers weer energie geven om ertegenaan te gaan. De liftschachten en de koeltorens functioneren als richtpunt voor het publiek: ze weten dat op die plekken schoonheid, emotie, ideeën en ontspanning worden gedolven.

Quote Onze kerncentrales zullen ooit bijzonder populaire toeristische attracties worden

De voormalige mijnsites zijn ook een voorbeeld van hoe je met erfgoed moet omgaan: met respect en met trots op het verleden. De plekken staan niet alleen voor een periode van noeste arbeid, maar ook voor de eerste golf van migratie. Ze zijn symbolen van onze huidige maatschappij. Hoe ironisch dat we mensen van buitenaf nodig hadden om onze schatten uit de grond te halen. De gastarbeiders uit het buitenland gingen onze grond in en kwamen er weer uit als Belgen.

Heusden-Zolder kon uiteraard niet achterblijven. ZLDR Luchtfabriek is al open en binnenkort opent CC MUZE er een nieuwe zaal. De machines staan gewoon in de feestzaal, op de grond leiden cirkeltjes je door het hele gebouw én de mijngeschiedenis. Lichtkunstenaar Jaap Van den Elzen maakte er prachtige installaties bij. Zo kun je zelf in een oneindige lichtkoker plaatsnemen. Instagrammomentje. Mijn dochter vond het allemaal een beetje griezelig. “Zelfs met zo’n penariepietje.”

Het is bijzonder hoe men de oude mijnsites een nieuwe betekenis weet te geven. Als dat met respect voor dat verleden gebeurt, maar ook met lef om er iets moderns van te maken, krijg je prachtige resultaten. Ik ben benieuwd of we in de toekomst ook kerken anders zullen invullen en ik ben ervan overtuigd dat de koeltorens van onze kerncentrales ooit bijzonder populaire toeristische attracties zullen worden.

Copyright foto: Thomas De Boever

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s